The Loneliest Man in Town voorbeschouwing en recensie: blues in een Weens huurpand dat tegen de vlakte gaat
Er bestaat een soort eenzaamheid die niet huilt, maar zachtjes een plaat op de draaitafel legt. Daar gaat The Loneliest Man in Town over: een oude bluesmuzikant die als laatste bewoner vasthoudt aan een Weens huurpand dat ten dode is opgeschreven. Ik geef het meteen toe: met mijn zwak voor kleine, stille films op mensenmaat kijk ik hier enorm naar uit.
Op papier heeft deze film alles om een kleine maar diep rakende, melancholieke film te worden over rouw en de kans op een nieuw begin. Als hij maar niet verdwaalt in zijn eigen stilte.
Filmgegevens
| Regie | Tizza Covi, Rainer Frimmel |
|---|---|
| Cast | Alfred Blechinger, Al Cook, Brigitte Meduna |
| Genre | Biografische films |
| Speelduur | 86 min |
| Land | Oostenrijkse films |
Eén man, één huis, een stapel platen: waar gaat de film over?
Het uitgangspunt is eenvoudig, en juist daardoor sterk. Bluesmuzikant Al Cook woont als laatste huurder in een Weens pand dat gesloopt gaat worden, omringd door oude herinneringen en vinylplaten. Buiten draait de wereld gewoon door in haar eigen tempo, binnen lijkt de tijd stil te staan. Dan duikt er een projectontwikkelaar op die het gebouw wil laten slopen, en Als enige toevluchtsoord staat ineens op het spel.
Daar begint wat er echt op het spel staat, en dat is niet het huis maar de man. Al moet het einde van een tijdperk onder ogen zien, de rouw om zijn overleden vrouw Silvia, en misschien wel het moeilijkste: een mogelijk nieuw begin. Wat dat nieuwe begin inhoudt en waar het naartoe leidt, verklapt de officiële omschrijving niet, en terecht. Dit is zo'n verhaal waar je niet voor de plotwendingen naar kijkt, maar om even met de hoofdpersoon in die schemerige kamer te zitten.
De speelduur van 86 minuten zegt trouwens veel. Dit wordt geen uitgesponnen rouwdrama van twee uur, maar een compact, strak kamerstuk. Goed nieuws, want dit soort onderwerpen bezwijkt meestal onder te veel woorden.
Al Cook als Al Cook
De cast zegt op het eerste gezicht al genoeg. De hoofdrolspeler heet Al Cook, en het personage is een bluesmuzikant die ook Al Cook heet. Zo'n overlap tussen echt mens en filmfiguur betekent meestal dat de film heel dicht op de werkelijkheid zit, en de indeling als biografische film wijst dezelfde kant op. Hoeveel er echt is en hoeveel verzonnen, zien we pas als de film draait, maar de opzet alleen al is spannend.
Daarnaast staan Alfred Blechinger en Brigitte Meduna op de aftiteling. Geen namen waarvoor mensen in de rij staan bij de multiplex, en daar heb ik helemaal geen moeite mee. In zulke films zijn geloofwaardige gezichten meer waard dan welke sterrennaam ook. Als je op het gezicht van een oude muzikant dertig jaar rokerige kroegen en verloren liefdes kunt aflezen, vervang je dat niet met make-up of method acting.
Voor mij is dat de grootste belofte van de film: dat er geen acteur een eenzame bluesman gaat spelen, maar dat de camera hem gewoon laat zien.
Tizza Covi en Rainer Frimmel: een duo op de grens van de werkelijkheid
De film is geregisseerd door Tizza Covi en Rainer Frimmel, die al lang als duo werken en bij festivalbezoekers een bekende naam hebben. De kern van hun stijl is dat ze de grens tussen documentaire en speelfilm laten vervagen: ze draaien vaak met mensen die een versie van hun eigen leven naar het doek brengen. Denk aan La pivellina of het een paar jaar geleden verschenen Vera, en je weet ongeveer wat je kunt verwachten.
Die aanpak past uitstekend bij dit onderwerp. Een pand dat gesloopt wordt, een oude muzikant en rouw: dat materiaal glijdt makkelijk af naar kitsch als iemand het wil verkopen met zwellende muziek en tranentrekkende monologen. Afgaand op hun eerdere werk kiezen Covi en Frimmel eerder voor observatie, geduld en stille humor. Daar zou ik in elk geval op wedden.
Dat het een Oostenrijkse film is, zegt ook veel. De Oostenrijkse cinema staat niet bekend om gezellige ontknopingen, en Wenen laat in die films meestal een minder toeristisch gezicht zien. Ik ben benieuwd in hoeverre de stad hier decor is, en in hoeverre personage.
Waarom klinkt dit zo goed?
Eerlijk gezegd hoorde ik bij het lezen van de omschrijving meteen een trage twaalfmaten blues in mijn hoofd. En volgens mij is dat precies het geheime wapen van deze film: de muziek. Een film over een bluesmuzikant die tussen zijn vinyl leeft, kan niet zonder een sterke klankwereld, en daarom geef ik de muziek bij voorbaat zo'n hoge score.
- Een bekend maar altijd actueel conflict: oude panden, oude bewoners en projectontwikkelaars, dat strijdtoneel kennen we in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht maar al te goed. Veel kijkers zullen zichzelf of hun grootouders erin herkennen.
- Rouw als thema: het verlies van Silvia vormt waarschijnlijk het emotionele hart van de film, en het verlies van het huis wordt daar een soort tweede rouw bovenop.
- Hoop aan het eind: de omschrijving noemt uitdrukkelijk een mogelijk nieuw begin, dus je hoeft je niet voor te bereiden op een uitzichtloze, deprimerende zit.
- Korte speelduur: 86 minuten, bij zo'n meditatieve film echt een pluspunt.
Waar kan het misgaan?
Waar zoveel belofte is, is het risico ook reëel. Kleine, karaktergedreven films als deze hebben twee bekende valkuilen. De eerste is dat stilte en traagheid een doel op zich worden, en dat de kijker na een tijdje niet meer meeleeft met de hoofdpersoon maar op zijn horloge kijkt. De tweede is dat het conflict te schematisch blijft: kwaadaardige projectontwikkelaar tegenover gevoelige kunstenaarsziel. Dat hebben we vaak genoeg gezien, en het werkt alleen als de film genuanceerder is dan dat.
Het derde vraagteken is het publiek. Dit is geen film voor een vrijdagavondgroepje met popcorn, en wie met de verkeerde verwachtingen gaat zitten, wordt teleurgesteld. De film wil niet groots zijn, en wie actie, plotwendingen of een klassieke dramatische boog verwacht, vindt hem al snel saai.
Toch ben ik optimistisch, want gezien de loopbaan van het regieduo is het probleem eerder te weinig dan te veel. En dat vind ik een vergeeflijker zonde.
Voor wie raden we hem aan?
- Iets voor jou als: Voor wie houdt van stille, intieme Europese films, voor liefhebbers van blues en vinyl, en voor iedereen die weet hoe het voelt om een thuis of een mens los te laten.
- Sla hem liever over als: Wie een vlot verhaal, spectaculaire wendingen of klassiek Hollywooddrama verwacht, zal deze film waarschijnlijk te traag en te stil vinden.
Vind je dit leuk, bekijk dan ook: Inside Llewyn Davis (2013), Perfect Days (2023), Up (2009), Umberto D. (1952), Vera (2022)
Veelgestelde vragen
Waar gaat The Loneliest Man in Town over?
Bluesmuzikant Al Cook woont als laatste huurder in een Weens pand dat gesloopt gaat worden. Wanneer een projectontwikkelaar het gebouw wil laten slopen, moet hij het einde van een tijdperk onder ogen zien, de rouw om zijn overleden vrouw Silvia en een mogelijk nieuw begin.
Hoe lang duurt de film?
The Loneliest Man in Town duurt 86 minuten.
Wie heeft de film geregisseerd?
De film is geregisseerd door Tizza Covi en Rainer Frimmel.
Uit welk land komt de film?
The Loneliest Man in Town is een Oostenrijkse film.
Zou jij gaan zitten met een bluesman in een leeggelopen huurpand?
Ik zeker. The Loneliest Man in Town is het soort film dat niet van de affiches zal schreeuwen en geen bezoekerslijsten gaat aanvoeren, maar het zou best eens een van de menselijkste films van het jaar kunnen worden. Een oude muzikant, een stervend huis, de herinnering aan een verloren vrouw en een sprankje hoop: meer is er niet nodig om hard aan te komen, als de regisseurs de juiste toon vinden. Gezien het eerdere werk van Covi en Frimmel zit dat er dik in. In het najaar, als het toch al vroeg donker wordt, kun je je nauwelijks een betere filmavond wensen. Mijn verwachte score: 8/10, en ik hoop oprecht dat ik die na het zien van de film niet hoef bij te stellen.
