Turbo recensie: de slak die van de Indianapolis 500 droomde, en we geloofden het bijna
Sommige filmideeën laten iedereen in de lach schieten zodra je ze in één zin uitlegt, en toch zit je anderhalf uur later te juichen voor de hoofdpersoon. Turbo is precies zo'n film: een slak die mee wil doen aan de Indianapolis 500. Absurd, luid en soms voorspelbaar, maar hij geeft met zoveel enthousiasme gas dat je hem moeilijk iets kwalijk kunt nemen.
Turbo zet de animatiewereld niet op zijn kop, maar het is een sympathieke, energieke familiefilm met een held wiens enthousiasme aanstekelijk werkt.
Filmgegevens
| Première in Nederland | 8.10.2013 |
|---|---|
| Regie | David Soren |
| Cast | Ryan Reynolds, Paul Giamatti, Michael Peña, Samuel L. Jackson, Luis Guzmán, Bill Hader |
| Genre | Animatiefilms, Familiefilms |
| Speelduur | 96 min |
| Leeftijdsclassificatie | AL |
| Land | Amerikaanse films |
Een slak die niet in zijn eigen huisje past
Het uitgangspunt van Turbo is zo simpel dat het bijna geniaal wordt. Onze held is een slak die bezeten is van snelheid, verliefd op racen en ervan overtuigd dat hij op het circuit thuishoort. Alleen staan slakken er niet bepaald om bekend dat ze iemand inhalen, en de trage, teruggetrokken slakkengemeenschap kijkt met onbegrip naar die drukke soortgenoot die altijd ergens anders wil zijn.
Dan volgt een vreemd ongeluk dat Turbo nog sneller maakt, en vanaf dat moment is er geen houden meer aan. Het doel is niets minder dan de Indianapolis 500, een van de beroemdste autoraces ter wereld. Kansloos, zou je zeggen, maar de film draait juist om hoe de slak richting de overwinning scheurt en onderweg een ster wordt. Meer hoef je vooraf niet te weten. Het gaat om de reis, of in dit geval om de race.
Het verhaal heeft een heel heldere boodschap die de film vanaf de eerste minuut uitspreekt: elke droom kan uitkomen als je maar snel genoeg bent. Dat is natuurlijk een klassiek Amerikaans familiefilmmotto, maar de visuele grap, de opstand tegen traagheid als vanzelfsprekende toestand, geeft het net iets extra's.
Stemmen om op te letten
Als Turbo ergens echt sterk in is, dan is het de cast. Ryan Reynolds spreekt Turbo in en levert ongeveer precies wat je van hem verwacht: stoer, een tikje grote mond, maar met het hart op de goede plek. Reynolds is zo'n acteur bij wie er altijd een knipoog in de stem zit, en dat past uitstekend bij een personage dat weigert zijn eigen grenzen te accepteren.
Daarnaast is Paul Giamatti als Chet de nuchtere, bezorgde stem, en omdat Giamatti een meester is in zure, zorgelijke types werkt die combinatie vanzelf. Michael Peña spreekt Tito in en straalt de warme, enthousiaste charme van een echte karakteracteur uit.
Dan is er nog de bijrollenploeg, die bijna verspilling lijkt voor een animatiefilm: Samuel L. Jackson als Whiplash, Snoop Dogg als Smoove Move, Maya Rudolph als Burn, Luis Guzmán als Angelo en Bill Hader als Guy Gagné. De stem van Samuel L. Jackson is op zich al een genre, en alleen al het feit dat je hem in een slakkenfilm hoort, levert een glimlach op. Deze groep zorgt voor een groot deel van de vaart: een deel van de grappen zit in de tekst, een ander deel in de stemmen.
David Soren en traagheid als spektakel
Regisseur David Soren weet heel goed hoe je snelheid voelbaar maakt vanuit een wezen dat de wereld normaal gesproken vanaf de voet van een grasspriet bekijkt. Een van de mooiste dingen aan animatie is dat je met perspectief kunt spelen, en Turbo maakt daar dankbaar gebruik van. Het contrast tussen het kleine beestje en de enorme, daverende racewereld is het beste visuele idee van de film.
De beelden zijn kleurrijk, zonnig en uitbundig, precies zoals het bij een racefilm hoort. Ook het tempo zit goed: de speelduur van 96 minuten wordt nergens opgerekt, en de film beseft dat zijn publiek niet geduldig blijft zitten bij lange, trage scènes. Ironisch dat de grootste kracht van een film over een slak juist de vaart is, maar daar gaat het hele verhaal ook over.
Tegelijk neemt Soren weinig risico. De opbouw volgt het beproefde stramien: een dromerige held die niemand begrijpt, een keerpunt, een opmars en een grote race. Wie een paar familieanimaties heeft gezien, voelt de grote lijn wel aankomen. Geen probleem, maar ook geen verrassing.
Wat werkt: humor, vaart en hart
De grootste kracht van Turbo is dat de film zijn eigen absurde idee serieus neemt. Hij knipoogt niet steeds naar hoe belachelijk het allemaal is, maar laat je gewoon voor de slak juichen. Daarom zullen kinderen er dol op zijn: zij zien er geen parodie in, maar een kleine held met grote dromen.
- De cast: de stemmen passen prachtig bij de personages, de bijfiguren zijn kleurrijk en innemend.
- De boodschap: de les over doorzettingsvermogen, anders zijn en dromen is eenvoudig, maar oprecht.
- Het tempo: er is geen moment van stilstand, de film blijft voortdurend in beweging.
- De racesfeer: de energie van de scènes op het circuit spat van het doek, en de mix van brullende motoren en slakkenperspectief is erg leuk.
Er zit ook iets heel sympathieks in hoe de film de traagheid van de slakkengemeenschap neerzet: die is niet slecht, ze leeft gewoon in een ander tempo. Turbo rebelleert niet omdat hij een hekel heeft aan zijn soortgenoten, maar omdat hij niet past in de rol die hem is toebedeeld. Voor een kinderfilm is dat een verrassend sterke gedachte, en veel jonge kijkers zullen zichzelf erin herkennen.
Waar de benzine opraakt
Nu het minder goede nieuws. Turbo is een goede familiefilm, maar geen grote film. Het is niet het soort animatie waar je als volwassene om zit te huilen, of waar je jaren later nog over praat. De emotionele hoogtepunten zijn prima, alleen voorspelbaar, en de film leunt meer op sfeer en vaart dan op diepgaande personages.
Bovendien is het terrein van de race-animatie behoorlijk vol. Pratende helden met een snelheidsobsessie zijn niets nieuws, en ook deze film rijdt onvermijdelijk in de schaduw van grote voorgangers. Op de wat vermoeide momenten merk je dat ook: een enkele grap leunt meer op de beroemde stemmen dan op de vindingrijkheid van het script.
Als volwassene had ik soms het gevoel dat de film precies weet wat hij moet doen en dat ook keurig doet, maar nooit buiten zijn comfortzone stapt. Paradoxaal genoeg zit de slak die koste wat kost zijn grenzen wil verleggen in een film die dat zelf niet echt aandurft.
Voor wie raden we hem aan?
- Iets voor jou als: Voor jonge schoolkinderen en gezinnen die zin hebben in een vlotte, vrolijke animatie met een positieve boodschap, en voor iedereen die houdt van racesfeer en bekende stemmen.
- Sla hem liever over als: Voor wie van animatie diepe emotionele lagen, gedurfde verhaalkeuzes of wendingen verwacht die ook volwassenen verrassen.
Vind je dit leuk, bekijk dan ook: Cars (2006), Ratatouille (2007), Kung Fu Panda (2008), Flushed Away (2006)
Veelgestelde vragen
Wanneer ging Turbo in Nederland in première?
Turbo verscheen in Nederland op 8 oktober 2013.
Waar gaat Turbo over?
Over een snelheidsgekke slak die na een vreemd ongeluk nog sneller wordt en besluit mee te doen aan de autorace Indianapolis 500.
Hoe lang duurt Turbo?
De film heeft een speelduur van 96 minuten.
Wie spreken de stemmen in van de originele versie van Turbo?
Turbo wordt ingesproken door Ryan Reynolds, met daarnaast Paul Giamatti (Chet), Michael Peña (Tito), Samuel L. Jackson (Whiplash), Luis Guzmán (Angelo), Bill Hader (Guy Gagné), Snoop Dogg (Smoove Move) en Maya Rudolph (Burn).
Wie regisseerde Turbo?
De film is geregisseerd door David Soren.
Mag deze slak aan de start van jullie familiefilmavond?
Ja, met een gerust hart. Turbo gaat de ranglijst van beste animatiefilms aller tijden niet winnen, maar voor een zondagmiddag met het hele gezin levert hij precies wat nodig is: vaart, humor, een sympathiek klein heldje en een boodschap die kinderen ook begrijpen. Als volwassene merk je af en toe dat je deze route al eens eerder hebt gereden, maar de sterrenstemmen en het slakkenperspectief zijn genoeg om je niet te vervelen. Voor mij een dikke zes, door kinderogen eerder een acht.
